Rechtbank Den Haag zet omzetting agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen op losse schroeven
Gepubliceerd op

Omzetting agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen in Westland onzeker door uitspraak Rechtbank Den Haag

Met een uitspraak van de rechtbank van 17 december 2025 (gepubliceerd op 16 januari 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2025:26225) zet de rechtbank Den Haag de wijziging van Westlandse agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen op losse schroeven. De rechtbank oordeelt dat het college niet zelfstandig bevoegd lijkt om dit soort vergunningen te verlenen op basis van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Westland”. Het college krijgt via een bestuurlijke lus de gelegenheid om de geconstateerde gebreken te herstellen.

Wijzigingsbevoegdheid onder het oude bestemmingsplan

In het agrarische buitengebied van Westland geldt het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland’, vastgesteld door de gemeenteraad in 2012. In dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad het college een wijzigingsbevoegdheid toegekend om – onder vooraf vastgestelde voorwaarden – de bestemming van een agrarische bedrijfswoning te wijzigen in die van een burgerwoning. Indien aan deze voorwaarden werd voldaan, kon het college zelfstandig een omgevingsvergunning verlenen, zonder tussenkomst van de gemeenteraad.

Inwerkingtreding Omgevingswet: einde wijzigingsbevoegdheid

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee zijn bestemmingsplannen vervangen door één omgevingsplan per gemeente. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de voormalige bestemmingsplannen opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid uit de Wet ruimtelijke ordening is echter als rechtsfiguur komen te vervallen.

Het overgangsrecht van de Omgevingswet voorziet uitsluitend in het voortbestaan van wijzigingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten. Voor activiteiten waarbij geen sprake is van bouwen – zoals het uitsluitend wijzigen van het toegestane gebruik – biedt het overgangsrecht geen grondslag. In de voorliggende aanvragen ging het uitsluitend om het wijzigen van het gebruik van agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen, zonder bouwactiviteiten. De rechtbank concludeert daarom dat de wijzigingsbevoegdheid uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan hier niet meer kan worden toegepast.

BOPA en de vraag naar het verzwaard adviesrecht

Het college heeft meerdere vergunningen verleend voor de omzetting van agrarische bedrijfswoningen. Tegen twee van deze vergunningen heeft Glastuinbouw Nederland bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. Het college stelde zich op het standpunt dat sprake was van toepassing van de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid. De rechtbank volgt dit standpunt niet en stelt vast dat feitelijk sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Onder de Omgevingswet is het college bevoegd om voor afwijkingen van het omgevingsplan een BOPA-vergunning te verlenen. Daarbij geldt als inhoudelijk toetsingskader dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarnaast kunnen gemeenten in een beleidsregel bepalen dat voor bepaalde BOPA’s het verzwaard (bindend) adviesrecht van de gemeenteraad geldt.

De gemeenteraad van Westland heeft een beleidsregel vastgesteld waarin is bepaald dat het verzwaard adviesrecht geldt bij BOPA’s voor wijziging van het gebruik van agrarische gronden met een oppervlakte van meer dan 250 m². In deze beleidsregel is een uitzondering opgenomen voor gevallen waarin een wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast.

Geen beroep mogelijk op uitzondering

Het college stelde zich op het standpunt dat deze uitzondering van toepassing was, omdat de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan zou zijn toegepast. De rechtbank verwerpt dit betoog. Nu de wijzigingsbevoegdheid als rechtsfiguur is komen te vervallen en het overgangsrecht hiervoor geen ruimte biedt, kan volgens de rechtbank geen beroep worden gedaan op de uitzondering in de beleidsregel. Dat betekent dat het verzwaard adviesrecht van de gemeenteraad wél van toepassing is.

Omdat het college dit bindende advies niet heeft ingewonnen, zijn de bestreden besluiten volgens de rechtbank onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.

Bestuurlijke lus en gevolgen voor de praktijk

De rechtbank past een bestuurlijke lus toe en biedt het college de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Voor de voorliggende vergunningen heeft het college inmiddels alsnog advies gevraagd aan de gemeenteraad.

Voor de toekomst heeft deze uitspraak bredere consequenties. De gemeenteraad zal de beleidsregel moeten verduidelijken, of het college zal bij vergelijkbare aanvragen structureel het (bindend) advies van de gemeenteraad moeten inwinnen. De uitspraak maakt duidelijk dat binnen Westland de omzetting van agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen onder de Omgevingswet niet langer een autonome bevoegdheid van het college is.

De inhoud van dit blog is algemeen van aard en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Indien u concrete vragen hebt of advies wenst, kunt u vrijblijvend telefonisch of per e-mail contact opnemen met Ben Vreugdenhil (ben.vreugdenhil@cees.nl) of een van onze andere specialisten op het gebied van het vastgoedrecht.