Hoge Raad: de lat voor aansprakelijkheid van commissarissen blijft hoog gelegd
Gepubliceerd op

Hoge Raad: de lat voor aansprakelijkheid van commissarissen blijft hoog gelegd

Op 30 januari 2026 heeft de Hoge Raad een uitspraak gewezen over de aansprakelijkheid van commissarissen (ECLI:NL:HR:2026:128). In dit arrest stond centraal wanneer een commissaris niet alleen jegens de vennootschap, maar ook tegenover een derde aansprakelijk kan worden gehouden, en — zo ja — onder welke voorwaarden.

De Hoge Raad oordeelde in cassatie dat het oordeel van het Hof, kort gezegd dat de commissarissen ook aansprakelijk waren jegens een derde, onvoldoende was gemotiveerd en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling.

Deze uitspraak onderstreept de motiveringsverplichting en benadrukt de zorgvuldige afweging die nodig is bij het toerekenen van persoonlijke aansprakelijkheid aan commissarissen. In deze blog analyseren we de kernpunten van de uitspraak en de praktische consequenties daarvan.

Feiten en procesgang

Fairstar Heavy Transport N.V., actief in zwaar zeetransport, liet in 2011 bij een Chinese werf meerdere schepen bouwen en onderzocht de bouw van een vijfde schip, de FATHOM. De raad van commissarissen (rvc), gaf daarvoor slechts voorwaardelijke goedkeuring, afhankelijk van financiering. Desondanks sloot het bestuur al een shipbuilding contract waarmee Fairstar zich tot circa USD 111 miljoen verbond.

Volgens de rvc bleef onduidelijk of sprake was van een optie of van onvoorwaardelijke verplichtingen. In de jaarrekening 2011 werden alleen beperkte kosten vermeld, terwijl later bleek dat Fairstar wél vergaande contractuele verplichtingen had, inclusief een mogelijke boete van USD 37,5 miljoen.

Na de overname van Fairstar door concurrent Dockwise kwam dit aan het licht en werd de jaarrekening herzien. Fairstar en Dockwise stelden daarop onder meer de betrokken commissarissen aansprakelijk, wegens tekortschietend toezicht en misleidende informatie over de financiële positie rond de FATHOM.

In eerste aanleg en in hoger beroep werden de commissarissen veroordeeld tot schadevergoeding. In cassatie richtte de Hoge Raad zich specifiek op de motivering van het oordeel van het Hof voor wat betreft aansprakelijkheid jegens Dockwise.

Juridisch kader: aansprakelijkheid van commissarissen

De aansprakelijkheid van commissarissen (buiten faillissement) kan onderscheiden worden in twee categorieën:

Interne aansprakelijkheid: jegens de vennootschap zelf op grond van artikel 2:140 en 2:9 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarbij staat centraal of de commissaris zijn taak “voldoende behoorlijk” heeft vervuld.

Externe aansprakelijkheid: tegenover derden, doorgaans op basis van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Hierbij wordt gekeken of de commissaris jegens een derde een onrechtmatige daad heeft begaan of een wettelijke verplichting is geschonden.

De kern van het arrest

In deze uitspraak bevestigt de Hoge Raad dat een commissaris die in zijn taak ernstig tekortschiet jegens de vennootschap in ieder geval intern aansprakelijk kan zijn als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Maar of diezelfde tekortkoming ook leidt tot aansprakelijkheid tegenover een derde hangt af van de omstandigheden en vereist een heldere en deugdelijke motivering van het oordeel van de rechter.

De Hoge Raad heeft het arrest van het gerechtshof vernietigd met de overweging dat het Hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de commissaris tegenover de derde aansprakelijk zou zijn, mede gelet op de hoge drempel die daar volgens vaste jurisprudentie voor geldt.

De Hoge Raad benadrukt daarmee dat voor externe aansprakelijkheid niet alleen moet worden overwogen dat de commissaris zijn taak niet behoorlijk heeft vervuld jegens de vennootschap, maar ook:

  • welke rechtsgrondslag aansprakelijkheid oplevert,
  • welke concrete normschending heeft plaatsgevonden ten opzichte van de derde, en
  • in hoeverre de tekortkoming toerekenbaar is aan de commissaris in relatie tot de positie van die derde.

De beoordeling van een “ernstig verwijt” en de toerekenbaarheid moet worden verricht aan de hand van de feiten van het concrete geval en bij de motivering moet helder worden aangegeven waarom en hoe de criteria voor externe aansprakelijkheid zijn vervuld.

Praktische implicaties

Voor commissarissen (en in het verlengde daarvan bestuurders) van een vennootschap betekent deze uitspraak dat de drempel voor externe aansprakelijkheid onverminderd hoog ligt. De uitspraak van de Hoge Raad benadrukt dat externe aansprakelijkheid van commissarissen niet lichtvaardig kan worden aangenomen zonder specifiek daarvoor gemotiveerde rechterlijke overwegingen.

Deze uitspraak benadrukt dat een rechter uitdrukkelijk moet motiveren waarom een commissaris (ook) jegens een derde aansprakelijk zou zijn, en dat daaraan een zorgvuldige juridische motivering voorafgaat. Het is dan ook interessant om te bezien hoe het Hof hier nu op zal beslissen.

Een en ander neemt uiteraard niet weg dat het aansprakelijkheidsrisico reëel blijft als er sprake is van ernstige tekortkomingen, ook voor commissarissen. Dit vereist dat interne governance-processen worden ingericht met het oog op externe aansprakelijkheidsrisico’s.

De inhoud van dit blog is algemeen van aard. Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u een andere vraag? Neem dan contact op met Erik Luten één van de andere specialisten van Cees Advocaten.