
Op 11 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een aanslag leges omgevingsvergunning van ruim โฌ165.000 teruggebracht tot slechts โฌ150. In deze zaak (ECLI:NL:RBROT:2026:6232) stond de verbindendheid centraal van de Legesverordening 2023 van de gemeente Lansingerland. Binnen de gemeente Lansingerland wordt voor de vaststelling van de hoogte van de legesaanslag voor de bouwvergunning gebruik gemaakt van de kengetallen uit het Bouwkostenkompas. Deze kengetallen waren in 2023 echter niet gepubliceerd. Deze waren alleen tegen betaling in te zien bij de uitgever. De rechtbank oordeelde dat de verordening onverbindend is voor zover de heffingsmaatstaf wordt bepaald aan de hand van de kengetallen, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste van artikel 14a van de Bekendmakingswet.
Eiseres vroeg op 25 oktober 2023 een omgevingsvergunning aan voor de bouw van een gebouw met opslag- en garageboxen. Eiseres gaf โฌ 4.500.000 op als bouwkosten, maar de heffingsambtenaar baseerde de legesaanslag op ruim โฌ 18.000.000 aan bouwkosten, op basis van kengetallen uit het bouwkostenkompas. Dit resulteerde in een legesaanslag van โฌ 297.100. De gehanteerde kengetallen waren voor eiseres echter niet inzichtelijk. Na bezwaar en een verminderingsbesluit resteerde een aanslag van โฌ165.662,80, gebaseerd op bouwkosten van โฌ 9.268.400. Hiertegen komt eiseres in beroep. Haar meest verstrekkende beroepsgrond luidt dat er ten aanzien van de kengetallen uit het bouwkostenkompas, niet is voldaan aan het publicatie- en kenbaarheidsvereiste.
Het kenbaarheidsvereiste vloeit voort uit artikel 217 Gemeentewet en – sinds 1 juli 2021 – uit artikel 14a van de Bekendmakingswet. Artikel 14a lid 4 Bekendmakingswet schrijft voor dat wanneer normen van niet-publiekrechtelijke aard niet vrij beschikbaar zijn en mededeling daarvan niet is toegestaan, het bestuursorgaan eenieder kosteloos inzage moet verlenen, en bij bekendmaking moet worden vermeld waar die inzage kan worden verkregen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 december 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1752) bevestigd dat wanneer een afwijking van de voorgeschreven bekendmakingswijze tot gevolg heeft dat geen inzicht wordt verschaft in de omvang van de belastingschuld, dit aan de verbindendheid van de verordening in de weg staat.
De Tarieventabel bij de Verordening Lansingerland bepaalde dat de bouwkosten niet lager mogen zijn dan het referentiebedrag uit het Bouwkostenkompas. De rechtbank stelde vast dat het Bouwkostenkompas niet zonder betaling toegankelijk is en niet ter inzage is gelegd, wat in strijd is met artikel 14a lid 4 Bekendmakingswet. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat ook de NEN 2580 essentieel is voor de berekening van de heffingsmaatstaf – omdat NEN 2699 deze als “onmisbaar” aanmerkt – en dat ook deze norm niet vrij beschikbaar is en niet ter inzage is gelegd. Hoewel de gemeente in artikel 13 lid 3 van de Verordening wรฉl had voorzien in terinzagelegging van NEN 2699 en NEN 7120, was de NEN 2580 daarin niet opgenomen. De slotsom was dat de Verordening onverbindend moest worden geacht voor de onderdelen “bouwactiviteit” en “bouwactiviteit-welstand”, waardoor alleen het vaste bedrag van โฌ150 voor de uitrit resteerde.
Deze uitspraak past in een inmiddels bestendige lijn van de Rechtbank Rotterdam, die eerder in januari 2024 de Rotterdamse legesverordening 2020 onverbindend verklaarde (ECLI:NL:RBROT:2024:853) op identieke gronden – het niet ter inzage leggen van NEN 2580 – en in augustus 2025 opnieuw tot dezelfde conclusie kwam voor de Verordening 2021 (ECLI:NL:RBROT:2025:9548). De Rotterdamse uitspraak breidt de lijn bovendien uit naar het Bouwkostenkompas: waar eerder alleen NEN-normen het struikelblok vormden, geldt het kenbaarheidsvereiste evenzeer voor commerciรซle publicaties waarop de heffingsmaatstaf wordt gebaseerd. Gemeenten die in hun legesverordening verwijzen naar het Bouwkostenkompas of vergelijkbare betaalde bronnen, zonder adequate terinzagelegging, lopen het risico dat hun legesverordening onverbindend wordt verklaard. Het verdient voor initiatiefnemers van bouwprojecten aanbeveling om de legesverordeningen waarop hun aanslagen zijn gebaseerd, kritisch te bezien en te controleren of alle normen en kengetallen die de heffingsmaatstaf (mede) bepalen – inclusief indirect doorverwezen normen zoals NEN 2580 – daadwerkelijk kosteloos ter inzage worden gelegd, met vermelding van de vindplaats in de verordening zelf.